Injecterend drugsgebruik – actuele situatie in Europa (Europees Drugsrapport 2025)

Cover of the European Drug Report 2025: Injecting drug use in Europe

Hoewel drugsgebruik door middel van injectie in de Europese Unie de afgelopen tien jaar verder is afgenomen, is dit gedrag nog steeds verantwoordelijk voor een onevenredig groot aandeel van de acute en chronische schadelijke effecten voor de gezondheid die het gevolg zijn van drugsgebruik. Op deze pagina vindt u de meest recente analyse van drugsgebruik door middel van injectie in Europa, waaronder belangrijke gegevens over de prevalentie op nationaal niveau en onder cliënten die zich melden voor een gespecialiseerde behandeling, evenals inzichten uit studies naar de analyse van injectiespuitresiduen en meer.

Deze pagina maakt deel uit van het Europees Drugsrapport 2025, het jaarlijkse overzicht van het EUDA over de drugssituatie in Europa.

Voor het laatst bijgewerkt op: 5 juni 2025

Diversiteit van geïnjecteerde drugs en polydrugsgebruik leidt tot gezondheidsrisico’s

De neerwaartse trend in injecterend drugsgebruik onder personen die zich in de afgelopen tien jaar in de Europese Unie voor het eerst meldden voor behandeling, leek in 2023 te vertragen. Injecterend drugsgebruik blijft verantwoordelijk voor een onevenredig groot aandeel van de acute en chronische schadelijke effecten voor de gezondheid die het gevolg zijn van drugsgebruik. Naar schatting hebben een half miljoen Europeanen het afgelopen jaar een illegale drug geïnjecteerd. Dit maakt duidelijk hoe groot de uitdagingen zijn waarvoor we ons momenteel op dit gebied gesteld zien, en onderstreept het feit dat het beperken van de schade die injecterend drugsgebruik toebrengt een belangrijke prioriteit voor de volksgezondheid blijft.

Injecterende druggebruikers lopen een groter risico op besmetting met door bloed overgedragen virussen, waaronder hiv en hepatitis B- en C-virussen, of op overlijden aan een overdosis. Injecteren kan bovendien andere, oudere gezondheidsproblemen verergeren of abcessen, sepsis en zenuwbeschadiging veroorzaken. Historisch gezien werd vooral heroïne in Europa geassocieerd met injecteren, maar dit is de laatste jaren aan het veranderen. Tegenwoordig worden ook steeds vaker andere drugs via injectie gebruikt, waaronder cocaïne, amfetaminen, synthetische cathinonen, geneesmiddelen met opioïdeagonisten en verschillende nieuwe psychoactieve stoffen, alleen of in combinaties. Hoewel het bekend is dat injecterend gebruik van land tot land aanzienlijk uiteenloopt, blijkt uit recente onderzoeken van spuitresiduen dat er ook wezenlijke verschillen kunnen bestaan in de drugs die worden geïnjecteerd tussen diverse locaties binnen een land.

In residuen in injectiespuiten worden doorgaans meerdere stoffen aangetroffen, vaak een combinatie van stimulerende middelen en opioïden. Polydrugsgebruik kan het risico op een overdosis verhogen. Daarnaast zijn in injectiespuitresiduen ook verschillende geneesmiddelen geïdentificeerd, zoals benzodiazepinen, pregabaline en methylfenidaat, evenals het anestheticum benzocaïne en het pyrrolidon of nootropicum piracetam. Sommige middelen kunnen zonder medeweten van de gebruikers als versnijdingsstof worden gebruikt. Het erkennen van de complexiteit van injecterend drugsgebruik in Europa en de grote rol van polydrugsgebruik in deze context zal daarom waarschijnlijk belangrijke gevolgen hebben voor zowel het begrijpen van de schade waarmee deze toedieningsweg gepaard gaat als voor het uitwerken van interventies om deze schade te beperken.

Het injecteren van stimulerende drugs, zoals cocaïne en synthetische cathinonen, hangt vaker samen met hoogfrequente injecterende gebruikspatronen en is in verband gebracht met lokale hiv-uitbraken die zich de afgelopen tien jaar in Europa hebben voorgedaan. Frequentere injectiepatronen kunnen ook leiden tot een hoger risico op herinfectie met het hepatitis C-virus (HCV), wat een potentiële uitdaging kan vormen voor het positieve effect van HCV-behandelingen dat nu door sommige landen wordt gemeld (zie ook Drugsgerelateerde infectieziekten – actuele situatie in Europa). Het injecteren van methamfetamine brengt vergelijkbare risico’s met zich mee en de drug wordt in 2023 nog steeds in hoge concentraties ontdekt in gebruikte injectiespuiten uit steden in heel Europa, waaronder Athene, Barcelona, Madrid, Praag en Tallinn. Dit is een punt van zorg, aangezien uit diverse aanwijzingen nog steeds blijkt dat het injecteren van stimulerende middelen steeds gangbaarder wordt onder injecterende drugsgebruikers. Daarnaast kunnen injecterende drugsgebruikers zich tot stimulerende middelen wenden wanneer opioïden zoals heroïne schaars zijn.

Er zijn meerdere langetermijnrisico’s verbonden aan het injecteren van opgeloste medicijntabletten en -capsules, evenals crack, waaronder beschadigde bloedvaten, infectieuze endocarditis en andere bacteriële infecties. Er wordt ook bezorgdheid geuit over de beschikbaarheid van zeer krachtige synthetische opioïden, zoals fentanyl en derivaten daarvan en benzimidazole opioïden (nitazenen), waarbij het risico op fatale overdoses waarschijnlijk toeneemt wanneer deze middelen worden geïnjecteerd.

Naast het aanbieden van drugsbehandelingen blijven schadebeperkende interventies, zoals het verstrekken van steriele injectiebenodigdheden, tot de meest voorkomende volksgezondheidsmaatregelen horen waarmee risico’s in verband met het injecteren van drugs worden aangepakt. Hoewel dergelijke interventies naar internationale maatstaven in Europa relatief goed ontwikkeld zijn, ondervinden sommige EU-lidstaten duidelijk problemen bij het zorgen voor afdoende regionale beschikbaarheid van en toegang tot schadebeperkings- en drugsbehandelingsinterventies voor injecterende drugsgebruikers. Zo bestaat er bezorgdheid over het lage, en in sommige gevallen dalende aantal verstrekte steriele spuiten dat in Bulgarije, Kroatië, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Roemenië en Slowakije wordt waargenomen in vergelijking met andere EU-lidstaten met vergelijkbare schattingen van injecterend drugsgebruik (zie ook Drugsgerelateerde infectieziekten – actuele situatie in Europa). Veel interventies op dit gebied zijn vooral gericht op het verminderen van het risico op de verwerving van door bloed overgedragen infectieziekten. Dat blijft ook een belangrijk aandachtspunt, maar er wordt in toenemende mate erkend dat er ook meer inspanningen moeten worden geleverd om het aantal sterfgevallen door een overdosis terug te dringen en het bredere scala aan schadelijke gevolgen van injecterend drugsgebruik voor de gezondheid te beperken. Forensische en toxicologische analyses van partijen drugs waarvan vermoed wordt dat ze zeer krachtige stoffen bevatten (bijv. nitazenen), in combinatie met snelle risicocommunicatie, vormen een belangrijk element van de totale strategie ter preventie van overdoses en moeten worden uitgebreid. Andere interventies met het oog op deze resultaten, waaronder de terbeschikkingstelling van naloxon voor thuisgebruik en ruimten voor drugsgebruik, zijn over het algemeen minder goed ontwikkeld. Zij blijven dus een belangrijk terrein voor investeringen en de ontwikkeling van diensten.

Veranderende patronen van injecterend drugsgebruik, een toenemende verscheidenheid aan stoffen en de toereikendheid van het soort en het niveau van bestaande maatregelen blijven belangrijke thema’s voor zowel eerstelijnshulpverleners als beleidsmakers in de Europese Unie. Naarmate het injecterende drugsgebruikers verandert – waarbij het nu voornamelijk gaat om open drugsscènes met opioïden en stimulerende middelen onder gemarginaliseerde mensen die drugs injecteren, evenals het gebruik van middelen als methamfetamine en cathinonen in sommige settings en subgroepen – wordt het dringender en ingewikkelder om het gevaar van het injecteren van drugs doeltreffend aan te pakken.

Belangrijkste gegevens en trends

Prevalentie van injecterend drugsgebruik

  • Ramingen van injecterend drugsgebruik variëren van 0,1 per 1 000 inwoners in Nederland tot 10 per 1 000 inwoners in Estland, met bijzonder hoge niveaus die ook worden gerapporteerd in Finland (7,4 per 1 000), Tsjechië (6,1 per 1 000), Letland (6,1 per 1 000) en Litouwen (4,6 per 1 000) (figuur 9.1a).
  • In het merendeel (20) van de 24 landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn over personen die in 2023 in behandeling gingen, werden opioïden gemeld als de drug die het meest werd geïnjecteerd. Uit gegevens van laagdrempelige diensten en analyses van spuitresten uit het ESCAPE-project blijkt echter dat stimulerende middelen een steeds grotere rol spelen bij injecterend drugsgebruik, wat plaatsvindt binnen patronen van voornamelijk polydrugsgebruik.
  • De grootste geschatte aantallen injecterende druggebruikers in de Europese Unie werden gerapporteerd door de landen met de grootste bevolkingsomvang: Duitsland (107 316), Italië (105 652) en Frankrijk (96 531) (figuur 9.1b).
  • De totale prevalentie van injecterend drugsgebruik in de Europese Unie wordt geschat op 1,8 gevallen per 1 000 inwoners in de leeftijd van 15 tot 64 jaar (figuur 9.1). Dit wijst erop dat de EU in 2023 naar schatting 520 000 injecterende drugsgebruikers telde, of 528 000 als Noorwegen wordt meegerekend.
Figuur 9.1a. Geschatte prevalentie van injecterende druggebruikers in de afgelopen twaalf maanden (per 1 000 inwoners), 2023 of meest recente gegevens

Noot: Op basis van de meest recente beschikbare gegevens voor elk land.

Figuur 9.1b. Geschat aantal injecterende druggebruikers in de afgelopen twaalf maanden, per land, 2023 of meest recente gegevens

Noot: Twee derde van de hier gepresenteerde nationale schattingen van injecterend drugsgebruik is afgeleid uit indirecte statistische methoden op basis van gezondheidsregisters voor de periode 2015-2023, terwijl de rest werd afgeleid door injectiepercentages uit behandelingsgegevens toe te passen op schattingen van de populaties gebruikers van opioïden en stimulerende middelen.

Injecterend drugsgebruik onder cliënten die zich aanmelden voor een gespecialiseerde behandeling

  • Op basis van gegevens uit 24 landen waar historische gegevens beschikbaar zijn, gaf 18 % van de cliënten die zich in 2023 voor het eerst meldden voor een gespecialiseerde drugsbehandeling en heroïne als hun primaire drug noemden, aan dat injecteren hun belangrijkste wijze van toediening is; stabiel ten opzichte van 2022, maar gedaald ten opzichte van 33 % in 2013. In deze groep loopt het aantal injecterende gebruikers uiteen van nog geen 10 % in Spanje en Portugal tot 60 % of meer in Bulgarije, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië en Slowakije.
  • Volgens de beschikbare gegevens wordt injecteren gemeld als de belangrijkste wijze van toediening door minder dan 1,5 % van de cliënten die voor het eerst in behandeling gingen in verband met cocaïne, 2 % van de cliënten die voor het eerst in behandeling gingen voor amfetamine en 5 % van degenen die voor het eerst in behandeling gingen voor methamfetamine. Opgemerkt moet worden dat Slowakije goed was voor bijna 60 % van de personen die voor het eerst in behandeling gingen voor methamfetamine en injecteren als hun belangrijkste wijze van toediening noemden.
  • Voor alle vier de belangrijkste geïnjecteerde drugs samen is injecteren als belangrijkste wijze van toediening onder gebruikers die in Europa voor het eerst in behandeling gaan, gedaald tot 5 % in 2023 (6 % in 2022), na meerdere jaren een daling vanaf 8 % in 2018 (figuur 9.2).
Figuur 9.2. Trends in injecterend drugsgebruik onder personen die voor het eerst in behandeling gaan voor heroïne, cocaïne, amfetamine of methamfetamine als primaire drug: percentage dat injecteren als voornaamste wijze van toediening noemt

Noot: De trends in injecterend drugsgebruik onder personen die voor het eerst in behandeling gingen, zijn gebaseerd op 24 landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn voor ten minste vijf van de zes jaren (ontbrekende waarden zijn geïnterpoleerd op basis van omliggende jaren).

Analyse van injectiespuitresiduen

ESCAPE – het Europese project voor het verzamelen en analyseren van spuiten – heeft tot doel de reeks stoffen te identificeren die worden gebruikt door mensen die drugs injecteren in een sentinel-netwerk van 19 steden in de Europese Unie en Noorwegen. De gegevens zijn weliswaar niet nationaal representatief, maar geven een beeld van een verschillende dynamiek op het gebied van drugsgebruik op lokaal niveau, in plaats van een weerspiegeling van de algemene nationale situaties.

Diversiteit van de geïnjecteerde stoffen

  • Net als in voorgaande jaren is uit de resultaten van 2023 gebleken dat er in de deelnemende steden een grote verscheidenheid aan middelen in gebruikte spuiten werd aangetroffen (figuur 9.3), wat een afspiegeling is van de lokale markten en de verschillende subpopulaties van drugsgebruikers.
  • In totaal testten in de deelnemende steden 3 276 gebruikte spuiten positief getest voor ten minste één drugscategorie.
  • In totaal werden 91 verschillende stoffen van 15 drugscategorieën ontdekt.
  • Nog eens 39 stoffen werden aangetroffen en ingedeeld als versnijdingsstoffen (11) of metabolieten en afbraakproducten (28).
Figuur 9.3. Percentage positief geteste gebruikte spuiten per drugscategorie, per stad, 2023

Gegevensbron: ESCAPE-project. Zie voor de volledige gegevensverzameling en -analyse ESCAPE: gegevensverkenner, analyse en voornaamste bevindingen.

Combinatie van middelen

  • De helft van de spuiten bevatte residuen van twee of meer drugscategorieën, wat erop kan wijzen dat mensen die drugs injecteren vaak meer dan één stof injecteren of dat spuiten opnieuw worden gebruikt.
  • De meest voorkomende combinatie van drugs die in spuiten werd aangetroffen was een mengsel van een stimulerend middel en een opioïde: heroïne en cocaïne (Amsterdam, Athene, Barcelona, Keulen, Dublin, Heraklion, Madrid, Patras, Thessaloniki); heroïne en amfetamine (Oslo); buprenorfine/heroïne en methamfetamine (Praag); methadon en cocaïne (Split); nitazenen en cocaïne (Riga).
  • Uitzonderingen waren Boedapest (synthetische cathinonen en amfetaminen), Helsinki (buprenorfine en benzodiazepinen), Klaipeda (carfentanil en methadon), Parijs (cocaïne en synthetische cathinonen), Tallinn (amfetamine en methamfetamine) en Vilnius (carfentanil en testosteron).

Opioïden

  • Als gevolg van de aanhoudende beschikbaarheid op de lokale drugsmarkten was heroïne nog steeds de meest aangetroffen drug in injectiespuiten van 6 van de 19 steden (Dublin, 99 %; Athene, 92 %; Keulen, 70 %; Oslo, 68 %; Heraklion, 47 %; Amsterdam, 43 %). Daarnaast werd de drug aangetroffen in meer dan 50 % van de spuiten in Barcelona (58 %) en Thessaloniki (52 %).
  • Carfentanil, een fentanylderivaat, werd vaak aangetroffen in spuiten uit de Litouwse steden Vilnius (95 %) en Klaipeda (29 %), en in mindere mate in Riga (6 %) in het aangrenzende Letland.
  • Nitazenen, een klasse van krachtige nieuwe synthetische opioïden, zijn aangetroffen in Riga (metonitazeen, 66 %; isotonitazeen, 41 %) en Tallinn (protonitazeen, 33 %; metonitazeen, 12 %; isotonitazeen, 6 %). Naast nitazenen werden in Tallinn soms ook andere middelen zoals amfetamine en methadon in spuitresiduen aangetroffen, terwijl in Riga ook cocaïne en methadon werden aangetroffen.
  • Buprenorfine werd vaak aangetroffen in Patras (58 %), Helsinki (39 %), Praag (37 %) en Heraklion (32 %), terwijl methadon vaak werd aangetroffen in spuiten in Split (83 %), Klaipeda (54 %), Dublin (42 %) en Riga (39 %).
  • Tramadol werd aangetroffen in 17 % van de spuiten in Athene, en morfine werd aangetroffen in 7 % van de spuiten in Parijs.

Stimulerende middelen

  • Cocaïne werd aangetroffen in meer dan 50 % van de spuiten in 6 van de 19 steden (Dublin, 90 %; Barcelona, 89 %; Thessaloniki, 73 %; Riga, 64 %; Keulen, 62 %; Madrid, 56 %).
  • Synthetische cathinonen werden vaak aangetroffen in Boedapest (69 %), Parijs (65 %), Madrid (46 %) en in mindere mate in Amsterdam (15 %) en Helsinki (14 %). In de deelnemende steden werden in totaal 13 verschillende cathinonen geïdentificeerd, waarbij 3-CMC, N-ethylnorpentedron, mefedron, 4-CMC en alfa-PVP het meest werden aangetroffen.
  • Methamfetamine werd ontdekt in de meeste spuiten uit Praag (66 %), in een kwart van de spuiten uit Athene (25 %) en in meer dan 10 % van de spuiten in Madrid (19 %), Tallinn (12 %) en Barcelona (11 %).
  • Amfetamine werd aangetroffen in de meeste spuiten in Tallinn (67 %) en Oslo (52 %) en in 20 % of meer van de spuiten in Split (26 %), Helsinki (23 %) en Boedapest (20 %).

Benzodiazepinen en andere geneesmiddelen

  • Benzodiazepinen werden aangetroffen in 37 % van de spuiten uit Helsinki (alprazolam, midazolam) en in 10 % van de spuiten uit Athene en Dublin (alprazolam, diazepam).
  • Pregabaline (een anticonvulsivum) werd aangetroffen in 16 % van de spuiten uit Dublin en in lagere percentages in Heraklion (5 %), Athene (1 %) en Thessaloniki (< 1 %), terwijl benzocaïne (een anestheticum) werd aangetroffen in 12 % van de spuiten uit Dublin.
  • Piracetam (gebruikt als prestatiebevorderend middel) werd aangetroffen in 52 % van de spuiten in Barcelona.
  • Methylfenidaat (een middel om ADHD te behandelen) werd aangetroffen in 15 % van de spuiten uit Keulen.
  • Testosteron werd aangetroffen in spuiten uit Vilnius (13 %) en Klaipeda (8 %).

Aanvullende informatie is te vinden in Drugsgerelateerde infectieziekten: gezondheidsgerelateerde en sociale maatregelen.

Brongegevens

De gegevens die worden gebruikt voor het genereren van infographics en grafieken op deze pagina zijn hieronder te vinden.

De volledige reeks brongegevens voor het Europees Drugsrapport 2025, met inbegrip van metagegevens en methodologische aantekeningen, is beschikbaar in onze gegevenscatalogus.

De deelverzameling van deze gegevens die wordt gebruikt om infographics, grafieken en soortgelijke elementen te genereren op deze pagina is hieronder te vinden.

Button for European Drug Report 2025 survey - click to take survey


Top