Heroïne en andere opioïden – actuele situatie in Europa (Europees Drugsrapport 2024)
Heroïne blijft de meest gebruikte illegale opioïde in Europa en is ook verantwoordelijk voor een groot deel van de gezondheidslast die aan het gebruik van illegale drugs wordt toegeschreven. Het Europese opioïdenprobleem blijft zich echter zodanig ontwikkelen dat dit waarschijnlijk belangrijke gevolgen zal hebben voor de wijze waarop problemen op dit gebied worden aangepakt. Op deze pagina vindt u de meest recente analyse van de drugssituatie voor heroïne en andere opioïden in Europa, waaronder de prevalentie van het gebruik, de vraag naar behandelingen, inbeslagnames, prijs en zuiverheid, schadelijke gevolgen en meer.
Deze pagina maakt deel uit van het Europees Drugsrapport 2024, het jaarlijkse overzicht van het EMCDDA over de drugssituatie in Europa.
Voor het laatst bijgewerkt op: 11 juni 2024
Paraatheid voor mogelijke veranderingen in de beschikbaarheid en het gebruik van opioïden
Heroïne blijft de meest gebruikte illegale opioïde in Europa en is ook verantwoordelijk voor een groot deel van de gezondheidslast die aan het gebruik van illegale drugs wordt toegeschreven. Het Europese opioïdenprobleem blijft zich echter zodanig ontwikkelen dat dit waarschijnlijk belangrijke gevolgen zal hebben voor de wijze waarop problemen op dit gebied worden aangepakt.
Uit gegevens over deelname aan drugsbehandelingen en andere indicatoren blijkt dat de groep heroïnegebruikers in Europa vergrijst, en er zijn momenteel weinig aanwijzingen dat het aantal nieuwe heroïnegebruikers toeneemt. Tussen 2010 en 2022 steeg de gemiddelde leeftijd van alle cliënten die zich meldden voor een gespecialiseerde behandeling in verband met heroïnegebruik en van degenen die dat voor het eerst deden, evenals het aandeel oudere cliënten (zie figuur 6.1 en figuur 6.2). Vanwege veranderingen in de kenmerken van hulpzoekenden moeten behandeldiensten in toenemende mate cliënten bijstaan met een steeds complexer scala aan behoeften op het gebied van gezondheidszorg en sociale ondersteuning. Zij dienen niet alleen concrete drugsgerelateerde problemen op te lossen, maar voorzien ook in behoeften aan zorg en ondersteuning ter preventie of behandeling van leeftijdsgebonden aandoeningen. Dit betekent ook dat er doeltreffende partnerschappen moeten worden aangegaan met diverse instanties en dat er moet worden voorzien in verwijspaden naar algemene diensten voor gezondheidszorg en sociale bijstand.
Gebaseerd op gegevens uit 19 EU-landen en Turkije.
Gebaseerd op gegevens uit 20 EU-landen en Turkije.
Hoewel heroïne nog steeds een rol speelt bij tal van opioïdegerelateerde sterfgevallen (zie Drugsgerelateerde sterfgevallen – actuele situatie in Europa), komt dit in minder landen voor; tegelijkertijd zijn andere opioïden een prominentere rol gaan spelen. Bovendien was heroïne ook in 2022 weliswaar het vaakst gemelde middel in noodgevallen met acute drugstoxiciteit in Euro-DEN-ziekenhuizen, maar hebben in sommige steden andere opioïden – vaak stoffen die gebruikt worden voor behandelingen met opioïdeagonisten, maar op sommige plaatsen ook opioïdebevattende geneesmiddelen die worden gebruikt voor pijnverlichting of krachtige nieuwe synthetische opioïden – heroïne inmiddels ingehaald als aanjager van spoedgevallen. Hoewel deze gegevens niet nationaal representatief zijn, bieden zij inzicht in de mogelijke evolutie van opioïdenproblemen op lokaal niveau. Bij de interpretatie van deze informatie moet enige voorzichtigheid worden betracht; sommige veranderingen op dit gebied lijken op een positieve invloed te duiden van langetermijnbeleid om de vraag naar heroïne terug te dringen, nieuw gebruik te ontmoedigen en adequate, doeltreffende behandelingsmaatregelen te bieden. Niettemin dient nu wellicht meer aandacht te worden besteed aan maatregelen ter vermindering van het risico dat voor therapeutisch gebruik bestemde opioïden op de illegale markt terechtkomen. Daarbij moet ervoor worden gewaakt dat het nastreven van deze doelstelling geen aanvullende hindernissen opwerpt voor de doeltreffende behandeling van personen met opioïdenproblemen. Bovendien moet worden erkend dat de toegang tot behandelingen met opioïdeagonisten in veel landen nog steeds ontoereikend is.
In aanvulling op het bovenstaande zijn er ook veranderingen waargenomen in de toediening van heroïne. In de afgelopen tien jaar is injectie onder zowel nieuwe als eerder behandelde cliënten van heroïnebehandelingen afgenomen (zie figuur 6.3 en Injecterend drugsgebruik – actuele situatie in Europa). Dit kan worden toegeschreven aan verschillende factoren, waaronder de invloed van schadebeperkende en preventieve inspanningen en veranderingen in de beschikbaarheid van drugs die mogelijk het gebruikspatroon beïnvloeden. Slechts 18 % van de nieuwe cliënten die zich melden voor een behandeling voor heroïnegerelateerde problemen geeft nu aan dat injecteren hun belangrijkste toedieningswijze was. Dit is een belangrijke ontwikkeling, aangezien injectie specifiek in verband wordt gebracht met een reeks negatieve gezondheidsuitkomsten. Minder positief is dat, zoals elders in dit rapport wordt besproken, injectiegebruikers over het algemeen een breder scala aan stoffen lijken te injecteren, waarbij met name stimulerende middelen vaker worden gemeld.
De “overige” toedieningswijzen omvatten eten/drinken, snuiven en niet nader gespecificeerde voornaamste toedieningswijzen. Vanwege COVID-19-beperkingen binnen de gespecialiseerde verslavingszorg moeten gegevens voor 2020, 2021 en 2022 met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. De trends zijn gebaseerd op de 19 EU-lidstaten die gegevens over de periode hebben verstrekt; alleen de lidstaten met gegevens voor ten minste negen van de tien jaren zijn opgenomen. Ontbrekende gegevens worden geïnterpoleerd van omliggende jaren. De stippellijnen verwijzen naar de pandemie.
Mogelijke tekenen van verandering op de Europese heroïnemarkt
Volgens ramingen van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding is de opiumteelt in Afghanistan in 2023 met 95 % gedaald als gevolg van het opiumverbod opgelegd door de Taliban. Hoewel het nog te vroeg is om de volledige impact van deze ontwikkeling op de Europese drugsmarkten te bepalen, zal de invloed ervan – als de situatie aanhoudt – zich de komende jaren waarschijnlijk laten voelen in de beschikbaarheid van heroïne in Europa. De meest recente geaggregeerde gegevens die hier worden weergegeven, dateren van 2022, m.a.w. van vóór deze ontwikkeling. Zij tonen een lichte daling van de totale hoeveelheid in beslag genomen heroïne in de Europese Unie. Daarnaast werden aanzienlijke afnames in heroïnevangsten vastgesteld in Bulgarije en Turkije, twee belangrijke landen op de heroïnesmokkelroutes (zie Gegevens over de markt voor heroïne en andere opioïden hieronder). Daarnaast werd in 2022 een lichte daling waargenomen in de geïndexeerde trends voor straatprijzen, gepaard met een lichte stijging in de zuiverheidsramingen. Tegelijkertijd kunnen de conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten gevolgen hebben voor de routes die criminelen gebruiken om illegale drugs naar Europa te smokkelen. Op dit moment maakt het EMCDDA uit de meest recente gegevens voorzichtig op dat er tot nu toe geen duidelijke aanwijzingen zijn van enig effect op de heroïnesmokkel naar Europese markten, hoewel een stijging van de opiumprijzen in Afghanistan in sommige regio’s mogelijk van invloed is geweest op de prijs en zuiverheid van de drug. Meer in het algemeen wordt vermoed dat de bestaande opiumvoorraden in Afghanistan en de relatief hoge waarde van de Europese markt de levering aan Europa op korte tot middellange termijn enige veerkracht zouden bieden. Niettemin zal er, indien het verbod aanhoudt en streng gehandhaafd wordt, naar verwachting in de toekomst een weerslag te zien zijn op de beschikbaarheid van heroïne. Het is ook mogelijk dat deze drug in de toekomst minder naar Europa wordt gebracht vanuit andere producerende regio’s in Zuidoost-Azië. Het is daarom verstandig om nu al na te gaan welke implicaties eventuele veranderingen op dit gebied zouden kunnen hebben voor het drugsbeleid en de responsmaatregelen, zodat we beter voorbereid zijn op eventuele negatieve gevolgen. Een belangrijke consequentie zou bijvoorbeeld bestaan in de noodzaak om ervoor te zorgen dat er voldoende drugsbehandelingsvoorzieningen beschikbaar zijn voor hulpzoekenden, aangezien verstoringen van de illegale opioïdenmarkt de vraag op dit gebied zouden kunnen doen toenemen. Daarnaast zou er toezicht moeten worden gehouden en adequaat moeten worden gereageerd om mogelijke aanvullende schade te beperken die zou kunnen toegebracht als andere stoffen ter vervanging van heroïne werden gebruikt. De ervaring leert dat dit niet alleen andere opioïden zouden kunnen zijn, maar ook andere soorten drugs, waaronder stimulerende middelen zoals cocaïne of synthetische cathinonen.
Zou er sprake kunnen zijn van een ruimere beschikbaarheid en toegenomen gebruik van nieuwe synthetische opioïden of andere soorten drugs?
Synthetische opioïden spelen momenteel een relatief kleine rol op de algemene drugsmarkt in Europa, maar in sommige landen vormen zij een groot probleem en er zijn aanwijzingen dat zij in de toekomst belangrijker kunnen worden in de Europese drugsproblematiek.
In 2023 werden in minstens 16 EU-lidstaten, Noorwegen en Turkije nieuwe synthetische opioïden ontdekt door het EU-systeem voor vroegtijdige waarschuwing voor nieuwe psychoactieve stoffen (zie Nieuwe psychoactieve stoffen – actuele situatie in Europa). In hetzelfde jaar werden in vijf landen uitbraken van vergiftigingen en overdoses gemeld waarbij nitazeenopioïden betrokken waren. Er waren ook meldingen van nitazeenopioïden die valselijk werden verkocht als heroïne in Ierland en Frankrijk.
Sommige noordelijke en Baltische landen meldden in 2022 een toegenomen beschikbaarheid van synthetische opioïden en daarmee gepaard gaande schade, waaronder drugsgerelateerde sterfgevallen. Volgens voorlopige gegevens van bepaalde landen heeft deze trend zich in 2023 voortgezet. In het verleden was de bezorgdheid op dit gebied vooral gericht op fentanylderivaten, zoals de zeer krachtige stof carfentanil, die in bepaalde EU-landen nog steeds in beslag wordt genomen. De voorbije jaren worden in Europa echter nitazenen ontdekt. Dit zijn zeer krachtige opioïden die worden afgeleid van 2-benzylbenzimidazool. De vaakst ontdekte nitazenen zijn onder meer protonitazeen, metonitazeen en isotonitazeen. In 2022 meldden 14 landen inbeslagnames van nitazenen aan het systeem voor vroegtijdige waarschuwing, voor een totaal van 3 kilogram. Deze stoffen worden nader in detail besproken in Nieuwe psychoactieve stoffen – actuele situatie in Europa.
Er wordt ook gespeculeerd dat een eventuele beperktere beschikbaarheid van heroïne in Europa als gevolg van het Talibanverbod op opiumproductie in Afghanistan zou kunnen leiden tot een impuls in de beschikbaarheid en het gebruik van synthetische opioïden. Gezien de mogelijke negatieve gevolgen hiervan moet Europa zich beter voorbereiden op de nodige schadebeperking en andere uitdagingen die een dergelijke marktverschuiving met zich mee zou kunnen brengen.
Punten van zorg op dit gebied zijn onder meer de versnijding van heroïne met nieuwe synthetische opioïden, de misleidende verkoop van nieuwe synthetische opioïden en, in een extreem scenario, de vervanging van heroïne door nieuwe synthetische opioïden. Dergelijke ontwikkelingen kunnen het risico op overdoses en drugsgerelateerde sterfgevallen onder opioïdengebruikers verhogen. Het is het vermelden waard dat Noord-Amerika de afgelopen jaren een dramatische stijging van opioïdegerelateerde sterfte heeft gekend onder invloed van krachtige synthetische opioïden, met name fentanylderivaten. Op basis van eerdere voorbeelden van schokken op de heroïnemarkt is het echter ook mogelijk dat stimulerende middelen zoals cocaïne en synthetische cathinonen worden gebruikt om heroïne te vervangen. Het is daarom zorgwekkend dat, zoals elders in dit rapport wordt opgemerkt, het gebruik van cocaïne – en met name crack – lijkt toe te nemen in meer gemarginaliseerde groepen en zich lijkt te verspreiden naar nieuwe landen.
Een beperkte beschikbaarheid van heroïne zou weliswaar waarschijnlijk tot toenemend polydrugsgebruik en overschakeling op andere middelen leiden, maar een cruciaal instrument om dit te voorkomen schuilt wellicht in een ruimere snelle toegang tot behandelingen met opioïdeagonisten en gerelateerde ondersteuning, evenals naald- en spuitprogramma’s. Het blijft ook belangrijk om voldoende toegang tot naloxon te bieden teneinde overdoses en drugsgerelateerde sterfgevallen te voorkomen.
De toevoer van nieuwe synthetische opioïden, zoals nitazenen, komt vermoedelijk grotendeels uit China en belandt via smokkel in Europa. Er is evenwel al sprake geweest van een beperkte productie van synthetische opioïden in Europa, en het is niet ondenkbaar dat de bestaande illegale productiecapaciteit voor synthetische drugs onder gunstige marktvoorwaarden zou worden gebruikt om synthetische opioïden te produceren.
Een gedetailleerder inzicht in de dynamiek van de heroïnetoevoer in de Europese Unie vindt u in het gezamenlijke verslag van EMCDDA en Europol uit 2024 over drugsmarkten in de EU: heroïne en andere opioïden – een diepgaande analyse.
Belangrijkste gegevens en trends
Prevalentie van opioïdengebruik
-
Naar schatting gebruikte 0,3 % van de volwassen bevolking in de EU, d.w.z. ongeveer 860 000 mensen, opioïden in 2022 (950 000 in 2021). Deze schijnbare daling ten opzichte van de voorgaande jaren is voornamelijk te wijten aan een verandering in de indirecte statistische methode die wordt toegepast om de populatie van heroïnegebruikers te ramen in Italië.
Gebruikers die zich meldden voor behandeling in verband met het gebruik van heroïne en andere opioïden
- Het gebruik van opioïden werd in 2022 door 63 000 cliënten, d.w.z. 25 % van alle gebruikers die zich in Europa meldden voor een drugsbehandeling, genoemd als de belangrijkste reden om een gespecialiseerde behandeling te starten. Heroïne was de primaire drug voor 12 000 (64 %) van de 19 000 gebruikers die zich voor het eerst meldden voor behandeling en die een specifieke opioïde noemden als hun belangrijkste probleemdrug (zie figuur 6.4). Nog eens 2 400 opioïdengebruikers die zich voor het eerst meldden voor behandeling, gaven niet aan wat hun primaire drug was.
- Vanwege verstoringen van de dienstverlening als gevolg van de pandemie moeten de gegevens over gebruikers die zich meldden voor behandeling voor 2020-2022 met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Niettemin wijzen de gegevens erop dat de langdurige daling van het aantal personen dat zich meldde voor behandeling in verband met heroïnegebruik aanhield (figuur 6.4).
- De meest recente Europese gegevens laten een interval van 14 jaar zien tussen het eerste heroïnegebruik, gemiddeld op een leeftijd van 23 jaar, en de eerste behandeling in verband met heroïnegerelateerde problemen, gemiddeld op een leeftijd van 37 jaar.
- Uit nationale gegevens van 26 EU-lidstaten blijkt dat in 2022 naar schatting 508 000 cliënten een behandeling met opioïdeagonisten kregen (506 000 in 2021).
Afgezien van de trends hebben de gegevens betrekking op alle personen die zich voor behandeling hebben gemeld voor heroïne als primaire drug in 2022 of het meest recente jaar waarover gegevens beschikbaar zijn.
Trends bij gebruikers die zich voor het eerst meldden voor behandeling zijn gebaseerd op 25 landen. De gegevens voor Duitsland hebben betrekking op personen die zich meldden met “opioïden” als primaire drug. Alleen landen met gegevens voor ten minste vijf van de zes jaren zijn opgenomen in de trendanalyse. Ontbrekende gegevens worden geïnterpoleerd van omliggende jaren. Vanwege verstoringen van de dienstverlening als gevolg van COVID-19 dienen de gegevens voor 2020, 2021 en 2022 met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd. Ontbrekende gegevens werden geïmputeerd met waarden van het voorgaande jaar voor Spanje en Frankrijk (2022) en Duitsland (2019).
Schadelijke effecten in verband met opioïdengebruik
- Heroïne bleef in 2022 het op twee na meest voorkomende middel dat gemeld werd in noodgevallen met acute drugstoxiciteit in Euro-DEN Plus-ziekenhuizen, en was goed voor 16 % van alle gemelde gevallen. Een klein aantal centra was verantwoordelijk voor vele van de door het poortwachternetwerk ontvangen meldingen. In 19 van de 23 deelnemende Europese ziekenhuizen werd heroïne gevonden in 2022 (zie figuur 6.5). De helft van de deelnemende ziekenhuizen meldde dat 4,3 % of meer van de noodgevallen in 2022 te maken hadden met heroïne. Heroïne werd gemeld in meer dan een vijfde van de drugsgerelateerde noodgevallen in centra in Drogheda en Dublin (Ierland), Ljubljana (Slovenië) en in één van de twee centra in Oslo (Noorwegen). De meeste spoedgevallen waarbij heroïne een rol speelde, betroffen mannen van 25 tot 45 jaar: in 6 van de 19 centra kwamen er in 2022 geen gevallen voor met personen jonger dan 25 jaar. In de helft van de centra waren vrouwen goed voor 19 % of minder van de spoedgevallen waarbij heroïne een rol speelde. De andere drugs die in verband met deze noodgevallen het vaakst werden gemeld, waren, afhankelijk van het centrum, benzodiazepinen, cocaïne en amfetamine.
- Bij naar schatting 74 % van de in de Europese Unie gerapporteerde fatale overdoses werden opioïden aangetroffen. Deze bevinding is gebaseerd op toxicologische gegevens die zijn ingediend tussen 2015 en 2022, waarbij de aanwezigheid van opioïden werd vastgesteld in 3 305 van de in totaal 4 439 sterfgevallen. Er zij op gewezen dat in toxicologierapporten over vermoedelijk drugsgerelateerde sterfgevallen veelal meerdere drugs worden genoemd.
Gegevensbron: Euro-DEN. Zie voor de volledige gegevensverzameling en -analyse het Europese Netwerk voor drugsgerelateerde spoedgevallen (Euro-DEN Plus): gegevens en analyses.
Gegevens over de markt voor heroïne en andere opioïden
- In 2022 rapporteerden de EU-lidstaten 19 000 inbeslagnames van heroïne, goed voor 8,0 ton (9,5 ton in 2021). Nederland (2,6 ton), Frankrijk (1,4 ton), België (1,3 ton), Italië (0,6 ton) en Bulgarije (0,3 ton) rapporteerden grote hoeveelheden. Turkije nam in 2022 8 ton heroïne in beslag (22,2 ton in 2021).
- Na een toename in het aantal inbeslagnames van heroïne in 2021 (tot 9,5 ton) daalde de door de EU-lidstaten in beslag genomen hoeveelheid in 2022 met 16 % tot 8,0 ton. Turkije meldde een scherpere daling van de in beslag genomen hoeveelheid in 2022 (namelijk een terugval tot 8,0 ton, ofwel -64 %, vergeleken met 22,2 ton in 2021) (figuur 6.6). Bulgarije meldde een vermindering van 71 % in de in 2022 in beslag genomen hoeveelheid (0,3 ton) ten opzichte van 2021 (1,2 ton).
- De gemiddelde zuiverheid van bruine heroïne op consumentenniveau varieerde in 2022 van 5,4 % tot 41,7 %, waarbij de helft van de landen melding maakte van een gemiddelde zuiverheid tussen de 14,4 % en 25,0 %. Uit de geïndexeerde trends blijkt dat de gemiddelde zuiverheid van bruine heroïne tussen 2012 en 2022 met 44 % toenam, terwijl de prijs van heroïne met 24 % daalde. De meest recente gegevens laten een lichte daling in de gemiddelde prijs van heroïne en een lichte stijging in de zuiverheid ervan zien (figuur 6.6).
- Uit de beschikbare gegevens blijkt dat in 2022 bijna 13 600 inbeslagnames van andere opioïden dan heroïne werden gemeld, goed voor bijna 1,2 ton, 216 liter en meer dan 2 miljoen tabletten (waaronder tramadol, buprenorfine, oxycodon, morfine, methadon, codeïne en nitazeenopioïden) (tabel 6.1). Estland, Letland, Polen en Zweden maakten in 2022 melding van de inbeslagname van in totaal 3,5 kilogram nitazeenanalogen. In datzelfde jaar werd in de EU volgens de meldingen 9,2 kilogram fentanyl en carfentanil in beslag genomen (2,7 kilogram fentanyl in beslag genomen door twee landen en 6,5 kilogram carfentanil in beslag genomen door 14 landen), evenals 168 liter fentanyl (uit één inbeslagname in Bulgarije) en 8 435 tabletten (fentanyl).
- Het EU-systeem voor vroegtijdige waarschuwing ontving meer meldingen van namaakgeneesmiddelen die nitazenen bevatten; in 2022 werden 430 tabletten of capsules gemeld (189 in 2021). In 2023 nam Portugal 5 752 nagemaakte oxycodontabletten met N-desethylisotonitazeen in beslag, terwijl Zweden 3 100 neptabletten Oxycontin (oxycodon) met metonitazeen in beslag nam. De Finse politie meldde in 2024 een inbeslagname van 1 000 valse Subutextabletten (buprenorfine) die metonitazeen bevatten.
- In 2022 werden circa 22 400 delicten gemeld in verband met het gebruik of bezit van heroïne.
EU+2 verwijst naar de lidstaten van de Europese Unie, Noorwegen en Turkije.
De geïndexeerde trends tonen de prijs en zuiverheid van bruine heroïne: nationale gemiddelde waarden – minimum, maximum en interkwartielafstand. De betrokken landen verschillen per indicator.
| Stof | Lidstaten | Aantal inbeslagnames | Gewicht (kg) | Tabletten | Liter | Pleisters |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tramadol | 13 | 4185 | 0.1 | 958094 | 1.7 | |
| Buprenorfine | 17 | 4578 | 3.4 | 918819 | 0.001 | 21 |
| Methadon | 19 | 1136 | 17.3 | 76447 | 43.8 | |
| Morfine | 16 | 761 | 2.8 | 11259 | 1.3 | |
| Oxycodon | 15 | 894 | 1.3 | 76342 | 0.5 | |
| Opium | 17 | 826 | 1116.4 | 298 | 0.02 | |
| Codeïne/dihydrocodeïne | 14 | 390 | 26.4 | 13384 | 0.4 | |
| Fentanyl | 14 | 177 | 2.7 | 8435 | 168.2 | 1521 |
| Carfentanil | 2 | 273 | 6.5 | 0.17 | ||
| Nitazenen | 4 | 350 | 3.5 | 108 | 0.44 |
Brongegevens
De gegevens zijn worden gebruikt voor het genereren van infographics en grafieken op deze pagina zijn hieronder te vinden.
De volledige reeks brongegevens voor het Europees Drugsrapport 2024, met inbegrip van metagegevens en methodologische aantekeningen, is beschikbaar in onze gegevenscatalogus.
De deelverzameling van deze gegevens die wordt gebruikt om infographics, grafieken en soortgelijke elementen te genereren op deze pagina is hieronder te vinden.